Tractor Iconen

Op bezoek bij de firma De Muynck en zonen uit Lotenhulle

De firma De Muynck uit Lotenhulle vierde in 2014 haar 60 jarig bestaan. Meer dan een halve eeuw staat de familie ten dienste van de landbouw. Zoiets ging uiteraard niet ongemerkt voorbij. Met een autocar en 138 klanten trok men richting Marktoberdorf inBeieren (Duitsland). Ook de door Michel De Muynck eerst verkochte Fendt Dieselross F22 was van de partij.  Met de vlag en vaandel reed Hans De Muynck de laatste 2 km vòòr de autobussen met de Dieselross naar het hotel in Oberstdorf.  In Marktoberdorf handtekenden Bernard Stocker verkoopsdirecteur voor Europa en Peter-Jozef Paffen vice president van Fendt en managing directeur de Dieselross F22 . Een schaalmodel in hout werd door de HH directie cadeau gedaan, en uiteraard een certificaat overhandigd voor de 60-jarige trouwe dienst van de firma De Muynck aan Fendt. 

Met de dorsmachine op pad

Het succes verhaal van de familie De Muynck is terug te brengen naar de werkkracht, het initiatief en doorzettingsvermogen van vader Michel De Muynck 1927 – 2012

Michel De Muynck werd geboren in 1927 als boerenzoon in Meigem. Zoals gebruikelijk in die tijd liep hij lagere school tot zijn 14 jaar, om uiteindelijk er nog één jaar vakschool aan toe te voegen, specialisatie: metaal. Vanaf zijn 15 jaar tot zijn 18de werkte hij bij de firma Afschrift in Poesele aan tractoren en pikbinders . Afschrift was eerder een boerensmid, de school kennis van Michel kwam er goed van pas. De eerste machines waar vader Michel aan werkte waren pikbinders van het merk Bautz,  getrokken door paarden. Op zijn 18de in 1946 ging Michel bij “den troep”, één jaar lang. Eens afgezwaaid trok hij met de dorsmachine van zijn vader van boerderij tot boerderij in de streek. Het was de tijd van het dorsen van het graan op de hoeve. Hij gebruikte hiervoor de staande dorsmachine van het merk Claeys uit Zedelgem. 

Eigen smidse

Door zijn veelvuldige contacten met de boeren begon Michel ook al hier en daar een herstellingsken uit te voeren. In die periode deed de elektriciteit haar intrede op de boerderijen. Michel verzorgde op menige boerderij in de stallen de stroomgroepen voorelektriciteit. Zich verplaatsen gebeurde per fiets. Niets voor niets had hij ook in de vakschool de metaal opleiding gevolgd. Zo begon hij voor eigen rekening in 1952 op het ouderlijk bedrijf in Meigem met een smidse. Vooral de aalpompen “Albert” uit het Waalse Bièvres en de “Decov” aalpompen uit Veldegem werden zijn koopwaar Vanaf 1953 was Michel begonnen aan de bouw van een huis en een werkplaats in Vinkt waarna hij  1954 huwde  met Annie Van der Eeken uit Vinkt en gelijktijdig groeide het bedrijf. Als trouwcadeau kreeg hij van zijn vader de dorsmachine mee. Maar gehuwd in ’t voorjaar, terwijl het dorsen pas in december begon, gaf wel een probleem. Hoe de zomer doorkomen zonder inkomen?  Geen getreuzel, Michel begon in kookfornuizen van het merk Muvero. Inkomen verzekerd! Daarnaast dorste Michel het graan nog 10 jaar lang bij de boeren, weliswaar op ’t laatst niet meer zelf, voor dit werk deed hij beroep op personeel. 

Eerste Fendt tractor verkocht

In dat fameuze trouwjaar 1954 verkocht Michel zijn eerste Fendt tractor. Deze kwam van invoerder Melotte uit Gembloux, later werd Lambert invoerder en nog later de hedendaagse Firma HIlaire van Der Haeghe uit Wilrijk. De eerste Fendt tractor werd verkocht aan De Vriese, een kolen- meststoffencommersant uit Vinkt.

In 1980 kochten De Muyncks deze tractor terug van Valère Tanghe eveneens uit Vinkt en knapten hem volledig op.

Helaas in 1989 werd de Dieselross volledig vernield door een brand in hun bijhuis te Zwalm waar hij daar toen net stond. 

RikDe Muynck en Dirk togen aan de slag en herstelden de tractor zowel technisch als esthetisch. Innovember 2014 werd de Dieselross op transport gezet via bevriende firma uit Zaffelare en ingeladen in Lochristi om terug gebracht te worden naar zijn geboorteplaats Marktoberdorf (D). De 60-jarige Dieselross werd er ingeschakeld in het decor voor het jubileum dat daar met de nodige luister gevierd en de aandacht kreeg van het kaderpersoneel van AGCO Marktoberdorf. Ook op “Agriflanders 2015” viel de merkwaardige 60 jaar oude Fendt Dieselross op. Midden in de stand van de gebroeders De Muynck stond - als een blikvanger - deze oldtimertractor opgesteld, men kon er niet naast kijken. Op de foto met de familie De Muynck van links naar rechts : Hans, moeder Annie, Frank en Rik.

OM zich verder te verdiepen in het technische van de Fendt tractoren volgde Michel in 1956 zijn eerst opleiding bij Fendt in Marktoberdorf waarvan het getuigschrift netjes ingekaderd in het bureel in Aalter is opgehangen. 

Meerder Lochristinaren en ook vader Abt was klant

 In die begin periode bleef het niet bij tractoren alleen. In 1974 kwam de  metalen vacuümton in gebruik met een gemiddelde inhoud van 4.000 liter. Het eerste jaar verkocht Michel +/- 50 stuks Ipsam tonnen . Ook ontwikkelde Michel een zelfrijdende sproeier. In 1960 bestond de hydraulica nog niet zoals wij die nu kennen. Op een Eicher werktuigendrager monteerde hij vooraan een vat van 600 liter met achteraan een hydraulisch openklapbaar sproeiraam . Hij had onmiddellijk een bestelling van 4-5 stuks tot  het noodlot toesloeg bij een werkongeval waarbij zijn been verbrand was in de derde graad en door het niet te kunnen stilzitten brak hij de week nadien zijn andere been met van een dorsmachine te vallen. Michel was een jaar werkonbekwaam waarbij de productie van sproeiers werd stopgezet en een concurrent met het antwerp aan de haal . Betreft Melotte : Frans Van Hove vertegenwoordiger van Melotte melkmachines ondersteunde Michel. Frans woonde toen in Lochristi wat de reden was waarom er zoveel Melotte melkmachines verkocht werden buiten Vinkt  en om en rond Lochristi - Lokeren en waarbij naderhand ook Michel een Fendt tractor kon verkopen.  En ook zo kwam het dat hij reeds 1976 een carrousel melkmachine voor 24 koeien verkocht aan de Antwerpse abdij van Postel.

Hun verkoopstactiek bestond erin om elke zondag aan de kerk na de Mis ergens in één of ander dorp tractoren en machines te showen, volk verzekerd en interesse eveneens. De kerken van Nevele, Meigem, Poesele, Kannegem enz... werden allen aangedaan. Een verkoop over heel Vlaanderen en deels Wallonië. 

Hakselaars deden hun intrede

Ondertussen was Michel niet bij de pakken blijven zitten. In 1976 verkocht hij zijn eerste maïshakselaar,  een “Field Queen 7655” ; de legendarische bakhakselaar van het merk  Hesston.  De teelt van maïs kende een enorme explosie en de hakselaars volgden.  1980 was een topjaar, er werden dat jaar niet minder dan 16 Field Queen hakselaars verkocht, waaronder 11 op het toen zo genoemde “Landbouwsalon” in Brussel.  “Vader Michel en zoon Hans verkochten er dat salon zoveel als New Holland en Claas te samen”. Deze Field Queen’s  kwamen overzee aan in de Antwerpse haven en werden dan over de weg  via de Antwerpse tunnel “ de Konijnenpijp” naar Vinkt gereden door de zonen De Muynck en hun personeel. Soms met 8 of 10 machines in konvooi , wat in die tijd op zich al een hele stunt was met zulke mastodonte machines en  daar men weet dat deze GM Detroit tweetact 6 cilinder motoren enorm konden brullen. Men kan zich voorstellen welk impuls dit gaf in die tunnel.

 Wie in de begin jaren 80 geen Field Queen hakselaar had, was gewoon geen loonwerker.  Klanten met 2 tot 4 bakhakselaars waren geen unicum. 

Vinkt het martelarendorp

Hoe je ’t ook draait of keert, Vinkt heeft veel geleden onder wereldoorlog II. Veel onschuldigen werden er vermoord. Het gesprek ging onbewust ook die richting uit. In Vinkt lagen enkele Belgische soldaten, Ardense Jagers. Bij het naderen van de Duitsers deden deze soldaten burger kledij aan. Toch bleven ze op de vijand schieten. Gevolg de burgers kregen hiervan de schuld van de Duitsers. Daarom werden 93 burgers uit Vinkt, handen op de rug gebonden met prikkeldraad tegen een muur gezet of voor hun graf en geëxecuteerd.  Moeder Annie De Muynck herinnert het zich nog zeer goed. Als kind van 5 jaar en 5 maand kreeg ze een “klets” van haar moeder, zich niet bewust van enig kwaad vroeg ze “Wat heb ik misdaan?” “Ge moet stil zijn!” zei haar moeder. Ze kon moeilijk zeggen tegen een kind van 5 jaar “Ze gaan mensen doodschieten!”. Annie weet ook nog hoe haar buurman, de vader van haar vriendin Yvonne Danneels, met zijn vrouw op zijn rug, doordrongen van ’t bloed, naar de schuilkelder kwam gelopen. Doch te laat, de vrouw was al overleden, net zoals hun zoon en dochter. Yvonne Danneels, weduwe Coddens, 88 jaar woont in Lochristi en spit nog steeds haar mostuin met de spade zonder probleem. Als oude gebuur en vriendin van Annie komt ze nog regelmatig met de auto naar Vinkt om goedendag te komen zeggen bij Annie De Muynck bij een lekkere tas koffie.

Hakselaars

Terug naar de firma De Muynck. De zonen kwamen in de zaak en elk kreeg een aparte opdracht. Op de foto staan naast de familie De Muynck een bevriend echtpaar uit Illinois  op bezoek in Vinkt. Frank (°1955) deed de verkoop en service van de Melotte melkmachines, Rik (°1956) van de Fendt tractoren en Hans (°1958) van de hakselaars en maaidorsers. Braud pikdorsers en Fahr pikdorsers verdeelden ze respectievelijk  sinds 1965 en 1975. Vanaf ’81 werden het Claas pikdorsers uit Hannover. Uiteraard hadden de Hesston bakhakselaars type “Field Queen” een enorm succes. Het feit dat ze de gehakselde maïs in een bak verzamelde die dan in een verdeelwagen kon gekipt worden, was een enorme goede uitvinding en arbeidsbesparing.  Vanaf 1981 verminderde  men in Amerika met het fabriceren van de “Field Queen”. In principe was die gemaakt om luzerne te oogsten. De firma De Muynck verbouwde deze bakhakselaar voor maïs tot grote tevredenheid van de Amerikaanse firma Hesston. Niet verwonderlijk dat De Muynck de grootste afnemers in Europa waren van Hesston, 8 à 10 stuks per jaar waren geen uitzondering. Naverkoop en garantie werd toen verzorgd door de allomgekende Piet Verschelde.  De verkoopsondersteuning  in Belgiê gebeurde door  Peter Falleyn, een gecharmeerde jonge blonde vertegenwoordiger steeds op de baan met zijn Porsche 911 auto welke verantwoordelijk was voor heel West-Europa.  Het succes van de zelf rijdende hakselaar Field Queen bestond erin dat men eens aangekomen op het veld direct kon starten met het oogsten zonder dat er wagens naast de hakselaar dienden te rijden. Bij de getrokken hakselaar diende men eerst drie rijen met de hand te oogsten. Bij de gewone zelfrijdende 2 en 3 rijige  toch nog de hoeken van het perceel.  De service van de firma De Muynck was legendarisch. Ooit stond in Limburg op een avond een hakselaar in panne van de Firma  Meuleman uit Kerksken , de nacht werd doorgewerkt en ’s anderendaags stond er een vervangende hakselaar klaar voor gebruik op het veld. In 1982 stopte Hesston definitief met de fabricatie van het bakmodel Field Queen. Ondertussen kwam de Duitse Claas op de markt met het nieuwe model de  Jaguar 690, deze laatste nam 4 rijen tegelijk mee. Onmiddellijk verkocht Michel er dat jaar 6 stuks aan zijn klanten loonwerkers. Een evolutie die niet stopte van 2 rijige tot op heden 12 rijen.

Kwaliteit zorgde voor groei

Michel De Muynck had een neus voor goed en degelijk materiaal, een goed technisch inzicht dat leidde onbetwist naar Fendt, een zeer goede tractor, moeilijk in de beginperiode om te verkopen. Maar eens men de kwaliteiten kende ging de verkoop vlotter. En daar zien we tot op vandaag de resultaten van. In 1980 werd de zaak omgevormd tot een PVBA. In 1981 breidde de zaak uit met een bijhuis in Zwalm, en in 1997 trok vader Michel zich terug uit de firma. Tot slot in 2002 verhuisde men naar een grotere locatie in Lotenhulle (Aalter) waar er naast de nieuwe Fendt tractoren ook nog enkele Fendt oldtimer tractoren staan opgesteld in de toonzaal, met vooraan de Dieselross welke er als paradepaardje staat te pronken.

Gerelateerd

Delen

  • Recent
  • Populair
  • Tag